Een wetsvoorstel uit 2026 geeft meer duidelijkheid over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ondernemers. In dit artikel vind je de belangrijkste punten van het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ).
Het doel van de wet is ondernemers helpen als ze lange tijd hun werk niet kunnen doen, bijvoorbeeld door ziekte. Zo'n wet is er wel voor werknemers met een contract, maar niet voor zelfstandige ondernemers. De regels en het moment waarop de verplichte AOV er komt, staan nog niet vast. Eerst kan de Tweede Kamer het voorstel nog aanpassen en erover stemmen. Daarna moet de Eerste Kamer het goedkeuren.
Een AOV is een verzekering die uitbetaalt als je voor lange tijd ziek of arbeidsongeschikt wordt. Zo’n verzekering is nu nog niet verplicht voor ondernemers. In het wetsvoorstel staat dat de AOV verplicht wordt voor zelfstandigen die aangifte inkomstenbelasting als ondernemer doen.
Veel zelfstandigen hebben nu geen AOV. Ze hebben soms andere oplossingen om het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid te verminderen.
Volgens het voorstel uit 2026 moet je een AOV hebben als je voor de inkomstenbelasting winst uit je onderneming hebt.
De verplichte AOV geldt niet voor:
Per maand betaal je maximaal zo'n 171 euro voor de AOV. Dat bedrag is gebaseerd op het minimumloon van 2025. De overheid zal dit bedrag de komende jaren aanpassen als het minimumloon stijgt. De premie betaal je aan de Belastingdienst. Je kunt de premie aftrekken van de belasting. UWV betaalt de uitkering uit als je arbeidsongeschikt wordt.
Goed om te weten: als je ziek wordt, krijg je de eerste twee jaar geen geld uitbetaald bij de verplichte AOV. Voor deze wachttijd moet je dus zelf nog iets regelen, bijvoorbeeld spaargeld of een schenkkring. Als je zelf een AOV afsluit, kun je kiezen voor een kortere wachttijd. Reken er wel op dat je dan een flink hogere premie betaalt.
UWV begint volgens het voorstel na twee jaar ziekte met het betalen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Je krijgt die uitkering maximaal tot je AOW-leeftijd. Je hebt recht op een uitkering als je door een ziekte of handicap niet meer het minimumloon kunt verdienen. Over de uitkering betaal je belasting.
De uitkering is zeventig procent van je belastbare winst en maximaal zo hoog als het minimumloon. Voor werknemers van 21 jaar en ouder is dat 14,71 euro bruto per uur (per 1 januari 2026).
Als je al een AOV hebt, geldt een overgangsregeling. Je kunt je blijven verzekeren via je eigen verzekeraar, maar alleen als de verzekering aan deze voorwaarden voldoet:
De peildatum is het moment waarop wordt vastgesteld of je al een AOV hebt die onder het overgangsrecht valt. Alleen als je vóór de peildatum een eigen AOV hebt afgesloten, kun je gebruikmaken van overgangsregeling. Het is nog niet duidelijk wanneer de overheid de peildatum bekendmaakt.
Vergelijk alvast de verschillende AOV’s die er zijn en let daarbij op deze zaken:
Een financieel expert of verzekeringsadviseur kan je helpen bij deze vergelijking.
Ook na de peildatum kun je nog kiezen voor een eigen verzekering. Met een 'opt-out' kun je je afmelden voor de verplichte AOV. Let op: dat afmelden kan alleen aan het begin van een kalenderjaar (1 januari) of aan het einde (eind december). Net als bij de zorgverzekering dus.
Wil je gebruikmaken van de opt-out, dan moet je verzekering aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de premie minimaal even hoog zijn als die van de verplichte AOV. Voor de overgangsregeling geldt deze voorwaarde niet. De uitkering die je krijgt mag niet lager zijn dan die van de verplichte AOV. Je eigen arbeidsongeschiktheidsverzekering moet ook doorlopen tot de AOW-leeftijd.
Werk je naast je bedrijf ook in loondienst? Dan ben je via je werkgever verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Krijg je in dat geval minstens het minimumloon? Dan hoef je geen AOV af te sluiten. Hoe hoog je uitkering is, hangt af van hoeveel je in loondienst verdient.
Bron: KvK